De waterval, Playa Mango en La Concepción op Ometepe
De volgende ochtend probeerden we het opnieuw. We gingen tanken en werden geholpen door een meisje van een jaar of negen, die met een fles rode vloeistof in onze motor goot. Dit keer reden we via de andere kant van het eiland richting de watervallen. We kwamen langs koeien, varkens, honden, kippen en paarden. Stuk voor stuk stonden ze op de onverharde weg. Op een gegeven moment, nadat we er eerst voorbij waren gereden, kwamen we aan bij de ingang van de vulkaan. Met onze scooters reden we naar binnen, waarna ons werd aangeraden om te voet verder te gaan. Toch hadden Pleun en ik wel zin in een avontuur en besloten we, nadat we de poortwachter ervan hadden overtuigd dat we ervaren motorrijders waren, toch met de motor naar boven te rijden. Dit was een heel avontuur, maar we vermaakten ons goed en vielen (natuurlijk) niet!
Na een kilometer of drie kwamen we aan bij een parkeerplaats, waarna we toch verder moesten lopen. De wandeling was mooi en soms best tricky. Door het water, een grot en nog een stijle klim omhoog liepen we richting de zestig meter hoge waterval. Hier trokken we snel onze zwemkleding aan om ons in de koude waterval te dompelen. Na een paar mooie foto's en een goed uitzicht, liepen we terug naar onze scooters. De weg naar beneden reed ik met mijn motor uit en remmen ingedrukt. Het was steil en de weg was hobbelig, maar gelukkig ging ook dit goed. Ervaren motorrijders dus!
Op de terugweg reden we voor lunch langs Miguel, voordat we onze tweede activiteit van de dag zouden ondernemen. We hadden weer een leuk gesprek en aten een door hemzelf bereid hapje. Pleun had een dikke burrito en ik kreeg de pollo frito. Lekker!
Onze volgende stop was Playa Mango, om hier een kajaktocht te doen. Althans, dat was het plan. We deden de kajaktocht, maar kwamen niet uit bij Playa Mango. Niet dat het uitmaakte, want er zijn verschillende organisaties die dezelfde tochten ondernemen. Met een privégids gingen Pleun en ik in onze kajaks over het meer richting een kleine rivier. We meerden aan om op zoek te gaan naar apen, die we ook vonden. Onze gids deed de klassieke brulaap na, waarna alle mannetjes reageerden. We voeren verder richting de rivier. Ik had niet verwacht veel dieren te zien, maar in twee uur zagen we naast twee verschillende apensoorten ook meerdere krokodillen, vleermuizen, schildpadden en vogels. Ook vertelde onze gids, die alleen Spaans sprak, dat het waterpijl nu heel laag was. Dat verklaarde dat onze kayaks met enige regelmaat vast bleven zitten in de modderige bodem. Het was een leuke tour, waarvan ik een stuk minder had verwacht, dan het uiteindelijk bracht.
Na de tour waren we vermoeid en keerden we terug naar het hostel voor een volgende maaltijd, wat drankjes, en een aflevering van The Days. De volgende ochtend stonden we vroeg op omdat we om half 7 aan de andere kant van het eiland de vulkaan zouden beklimmen met Lesther. Echter, sinds ons eerste gesprek op Isla Ometepe met hem, hadden we niets meer van hem vernomen. Mijn berichten naar Lesther en het hostel bleven onbeantwoord.
Het weer was de volgende ochtend aanzienlijk beter, wat ons hoop gaf op een prachtig uitzicht op de vulkaan. Toch voelden zowel Pleun als ik ons niet helemaal lekker. We reden in een razend tempo naar de andere kant van het eiland en kwamen daar, een uur na vertrek, om half zeven aan. De hele groep, bestaande uit twee Nieuw-Zeelanders en de twee Britten van dag één, was klaar om te vertrekken. Wij hadden echter nog niet gegeten en wisten niet hoe zwaar de hike zou zijn. Lesther verzekerde ons dat we nog even zouden stoppen bij een winkeltje waar we water en eten konden kopen. We stapten achterin een pick-uptruck en reden richting de vulkaan. Het winkeltje dat Lesther bedoelde, viel echter tegen. Ze hadden enkele koekjes en inderdaad water, maar dat was het. We stonden op het punt om ongeveer acht uur te gaan wandelen, en het zou een steile klim worden. Ik maakte me zorgen.
Die zorgen waren terecht, want deze hike was behoorlijk zwaar. Het uitzicht was beperkt vanwege de bewolking die alles boven de duizend meter bedekte, en de hike zelf was zwaarder dan verwacht. Ik voelde me inmiddels echt niet lekker, en ook Pleun had het zwaar. Ik zou zelfs durven zeggen dat deze tocht, door onze matige voorbereiding en fysieke gesteldheid, moeilijker was dan de hike naar de top van Acatenango in Guatemala. Toch voelde het ook deze keer weer als een prestatie om de top te bereiken, zeker op een dieet van slechts acht Oreo's en een paar liter water. De afdaling was nog uitdagender dan de beklimming. Ik gleed herhaaldelijk uit, met als dieptepunt de snee in mijn arm die ontstond toen ik mezelf probeerde op te vangen bij een val. Gelukkig was er een Canadese vrouw met een EHBO-kit in de buurt.
Eenmaal beneden hadden we honger en waren we uitgeput. Omdat we Lesther moesten betalen met onze laatste cordoba's, moesten we geld pinnen voordat we konden eten. Uiteindelijk aten we pas rond vier uur in de middag voor het eerst een volledige maaltijd.
De rest van de dag deden we niet veel meer dan opnieuw eten en genieten van een Maarten Sunset-cocktail. Maarten is een jongeman die Tim en ik in Panama hebben ontmoet en die hier al meerdere keren is geweest. Hij had zijn eigen cocktail mogen samenstellen, die enigszins leek op een tequila sunrise met lokale ingrediënten. Lekker, maar niet bijzonder. Die avond aten we kip met friet bij een ander naamloos restaurantje. Op dat moment vond er blijkbaar een aardbeving met een kracht van 6,6 plaats voor de kust van Leon, die door sommige mensen die we hebben ontmoet werd gevoeld. Wij hebben er echter niets van gemerkt, maar het idee was wel spannend.
Vers vanuit Isla Ometepe vertrokken Pleun en ik richting de grens met Costa Rica. Een maand geleden was ik al kort in Costa Rica geweest, maar na vijf dagen besloot ik toen om een vlucht te nemen naar Guatemala. Dat besluit kwam voort uit mijn verlangen om vulkanen te zien en de behoefte om even weg te zijn van het strand. Daarnaast was Costa Rica behoorlijk prijzig, vooral voor een budgetreiziger zoals ik.