Hollandse meesters in de kunstgallerij en vulcanoboarden met Bigfoot
Na een omweg gingen we terug naar Bigfoot om vulcano boarden voor de volgende dag te boeken. De kosten voor vulcano boarden waren 35 dollar, en de andere tour, die anderhalve dag zou duren, kostte 65 dollar. Het was prijzig, maar het beloofde een avontuurlijke dag te worden. We namen een duik in het zwembad van Bigfoot en dronken een biertje. Het was het begin van een leuke vriendschap, in ieder geval voor de komende drie dagen. Om vier uur ging Anne op haar eigen wandeltour, en ik
ontspande in een hangmat. Later besloten we samen te eten en gingen we naar een hamburgerrestaurant niet ver van het hostel. Na het eten dronken we tot ongeveer één uur 's nachts biertjes in het hostel. We hadden interessante gesprekken over reizen, toen de paarse Amerikaan die ik eerder op mijn wandeltour had ontmoet, plotseling onaangekondigd het zwembad in dook, nog steeds gekleed in zijn paarse outfit. Hij had net vulcano boarden gedaan en was behoorlijk dronken. Hij begon te praten en hield niet op voor de komende twee uur, totdat hij het na die tijd in het water te hebben gestaan, toch koud begon te krijgen. Hij ging douchen en kwam weer terug om nog een uur te praten. Hij was zeker niet onaardig, maar zijn uitstraling was op zijn minst excentriek. Tegen één uur was het tijd om naar bed te gaan.
Anne en ik hadden besloten om 's ochtends naar de galerij te gaan, waar onze gidsen het tijdens de wandeltours over hadden gesproken, dus we stonden rond negen uur op. Na wat telefoontjes met Pleun, mijn moeder en oma, begonnen we onze dag. Natuurlijk waren we te vroeg. We hadden geen rekening gehouden met "Nicatime", de lokale vertraging, maar we konden tien minuten later alsnog naar binnen. De galerij was gevuld met allerlei soorten schilderijen en kunstwerken die steeds weer wisten te verbazen. Lokaal was er niet veel interessants, maar er waren wel enkele indrukwekkende werken. Aan de overkant van de straat bevond zich de internationale collectie, die nog imposanter was. Ik had niet verwacht Rembrandt, Rubens en Mondriaan tegen te komen in León, Nicaragua. Ook Andy Warhol, Jeff Koons en andere popart iconen waren aanwezig. In de laatste zaal zagen we kunst van lokale kunstenaars die meer experimentele vormen hadden gekozen, zoals goedkope tv's met video's van mensen die zichzelf van een stoel gooiden, beelden van mannen met erecties, en een serie meetlinten op verschillende afstanden. Het was echt doe-het-zelf-kunst.
Na ons bezoek aan de galerij was het tijd om ons voor te bereiden op het vulcano boarden! We aten een broodje in een lunchroom tegenover ons hostel en liepen daarna naar Bigfoot. Er had zich inmiddels een grote groep backpackers verzameld die ook van plan waren om de Cero Negro vulkaan af te glijden. We keken naar een video over de bedenker van deze activiteit (die eerst de vulkaan afging op een fiets, wat geen succes was) en werden vervolgens verdeeld over twee bussen. Helaas zat ik in een andere bus dan Anne en Frederique, die ik hier toevallig weer tegenkwam, maar het was hoe dan ook een leuke rit. Pophits schalden uit de speakers terwijl we over de vulkanische weg van zwart zand hobbelde, en het uitzicht was indrukwekkend toen we na ongeveer een uur bij de vulkaan aankwamen.
We stapten uit terwijl de andere bus ook arriveerde. Onze gidsen gaven ons onze benodigdheden: een board, een bril en een tas met ons beschermende pak. De wandeling naar boven duurde ongeveer veertig minuten en bood een prachtig uitzicht over de Cero Negro, haar kraters en de vallei. Ik zou de tocht niet als zwaar bestempelen, maar af en toe was het een beetje ongemakkelijk om de wind af te weren terwijl we een groot bord met ons meedroegen. Boven werden we nogmaals geïnstrueerd over hoe we naar beneden zouden glijden. Tegen die tijd begon ik wel wat zenuwachtig te worden, want de helling was echt steil, zo steil dat hij halverwege nog verder naar beneden afboog, waardoor je de voet van de vulkaan niet meer kon zien vanaf de top!
Omdat we allemaal bij elkaar stonden, gingen Anne en ik als eerste. Maar toen de gids vroeg wie er als eerste wilde gaan, aarzelden we allebei. Uiteindelijk bood een andere avontuurlijke ziel zich aan om als eerste te gaan. Mijn plan was eigenlijk om eerst een paar keer te kijken voordat ik naar beneden ging, om de beste aanpak te bepalen. De meesten gingen echter langzaam naar beneden, en Anne kwam nauwelijks vooruit op het eerste stuk. Ik besloot meteen vanaf het begin te gaan liggen, omdat dit je sneller liet gaan dan wanneer je rechtop zat. Daar ging ik, als een speer het eerste stuk af. Al snel begonnen de gruisdeeltjes van het vulkanische gesteente tegen mijn bril en door de kleine gaatjes in mijn gescheurde oranje pak te slaan. Ik kreeg steeds meer snelheid en keek vol concentratie naar de afgrond van de vulkaan. Ik boog gecontroleerd verder en steiler naar beneden, gestuurd door mijn bord. Aan de voet kon ik nu wel mijn voorgangers zien, maar we waren er nog niet. Mijn aluminium plaat begon steeds harder te trillen, en het handvat schoot heen en weer. Voor ik het wist, raakte ik een hobbel waarvoor ik niet kon afremmen. Ik draaide bijna een kwartslag, verloor mijn bord onder mijn achterste en begon met een rotvaart de vulkaan af te rollen. Het bord stond meteen stil. Na een paar seconden en een tiental zijwaartse rotaties lag ik stil in het zwarte zand en keek ik naar de schrammen op mijn handen. Vrijwel direct begon ik aan de klim van twintig meter om mijn bord weer op te halen. Voorzichtig klom ik er weer op en begon ik aan mijn race naar beneden. Meteen ging ik plat naar achteren liggen om de laatste honderd meter met genoeg snelheid te voltooien.
De middag begon, nadat iedereen van de vulkaan was gegleden, met een hard seltzer bij de ‘soon-to-be-partybus’. We stonden op het dat en kregen ook een banaan toegegooid. Dit was waarschijnlijk het laatste gezonde voedingsmiddel van de dag, aangezien het dieet hierna vooral uit alcohol bestond. Shots, rum, frisdrank en bier zorgden dat de partybus deze naam ook echt verdiende. Ik ga je niet de illusie voorhouden dat dit veilig was, maar in een kleine anderhalf uur reden we terug naar Leon, waar het feest verder ging in Bigfoot hostel. Hier hadden Anne en ik vooraf al tactisch uit-gecheckt, zodat we niet in de herrie van het feest zouden hoeven slapen. We moesten echter nog wel inchecken in Poco a Poco (Jr.). Na een gezellig maar ook vooral intens feestje, vertrokken we naar onze hostels. De volgende dag zouden we namelijk al relatief vroeg beginnen aan de El Hoyo hike.