Juayúa: Ruta de las Flores / The 7 Waterfalls Hike

Met een behoorlijke kater en nog altijd ziekjes werd ik wakker in Hostal Villa El Campanario. Ik had het hier leuk en was snel comfortabel geworden met de plek en haar mensen, maar had toch het idee dat ik verder moest. Het was echter heel verleidelijk om, na een avond zoals die hiervoor, de hele dag in bed te blijven liggen. Ik haalde een Claro simkaart die Jorge voor mij activeerde en besloot uit te checken, maar wel een scooter te huren. Wat is er immers lekkerder dan door de heuvels te rijden en niet afhankelijk te zijn van het lokale openbaar vervoer?
Het was weekend, dus was de Ruta De Las Flores de perfecte bestemming. In Juayúa was namelijk een food festival, wat leuk en lekker scheen te zijn. Jorge hielp me door een hostel te boeken in Juayúa, zo’n veertig kilometer verderop. Na wat opstartproblemen (letterlijk) was ik onderweg. Het duurde niet lang voor ik met mijn opgevoerde Vespa (het was een Honda Navi, voor de liefhebber) de verkeerde afrit had genomen en zo opeens op de Panamericana zat, de snelweg die je, met een onderbreking rond de Darien Gap, helemaal van Chili tot Alaska zou moeten brengen! Deze moest ik niet hebben en dus sloeg ik rechtsaf.
Dit moest een wijk zijn waar je een aantal jaar geleden als toerist beter niet in kon rijden. De wegen waren slecht en de mensen keken me aan. Toch was de sfeer gemoedelijk en leek het een beetje op een gemiddeld motorcrosscircuit. Ik had het wel naar mijn zin. Eenmaal op de grote weg richting de oceaan merkte ik pas wat voor kracht mijn nieuwe speeltje echt had. Bergafwaarts haalde ik op deze 'scooter' makkelijk de 90 km/u! Dit deed ik alleen even om mijn motor uit te testen, maar met mijn korte mouwen en blote knieën leek mij dit niet het beste plan. In plaats daarvan genoot ik van de route door het nog vrij rustige El Salvador. Af en toe kwam ik langs een chickenbus of andere motorrijder en soms vond ik een dorpje aan de rand van de weg.
Het duurde een klein half uur tot ik opeens een jongen in een horecafit zag zwaaien. Ik zag het woordje 'café' staan en besloot te stoppen. Drie minuten reed ik over een nieuwe hobbelweg naar boven, tot ik uiteindelijk aankwam bij een restaurant en koffieboerderij. En waar ik eerst werd begroet door een aantal Salvadoraanse vrouwen, kwamen er daarna twee jonge gasten naar mij toe, die mij in perfect Amerikaans Engels wilden uitleggen waar ik was. Het was een familiebedrijf en de jongens hielpen als vijfde generatie in de weekenden mee! Ik bestelde een bakje lokale koffie en praatte verder met de jongens. Ze boden me aan of ik wat wilde eten en ik kreeg voor het eerst de lokale pupusas voorgeschoteld. Tortilla's van zwarte maïs met voornamelijk bonen en groenten als vulling. Lekker!
De ene jongen praatte ik wat langer mee en was programmeur. Raar beroep voor een koffieboerderij, maar hij vertelde dat hij nog studeerde en af en toe ook een Nederlandse programmeur volgde op YouTube. Ik vertelde dat Tim een Mendix-expert is en hij was erg enthousiast. Ook hijzelf was front-end developer, dus wist waar ik het over had, waarschijnlijk zelfs beter dan ik. Uiteindelijk kwam zijn moeder nog naar mij toe met een schaal bananen. Of ik die lekker zou vinden? Ja! "Je mag ze hebben!" Wat lief! Als klap op de vuurpijl kwam ze nog met haar enorme kat, een soort Salvadoraanse versie van Grumpy Cat, voor wie de meme kent. Na het eten rekende ik af, gaf ze een follow op Instagram en reed ik door richting Juayúa!
Omdat mijn navigatiesysteem automatisch naar het Spaans was geschakeld, leerde ik snel de verschillende aanwijzingen uit mijn hoofd. Links, rechts, rechtdoor en rotonde waren niet te missen woorden. Na ongeveer dertien kilometer moest ik rechtsaf slaan om een bergweggetje te vervolgen richting Juayúa. Toen ik hier aankwam, was het alleen nog een kwestie van het hostel vinden, waar ik al snel Timo en Katherine tegenkwam, een Nederlander en een Brit, die ik in het vorige hostel had gezien! Stiekem had ik ze afgeluisterd en was ik voor deze dag volledig op hun plan afgegaan, met de toevoeging dat ik de route op de scooter wilde afleggen. Zij hadden de weg vanaf Santa Ana gelift.
We deelden met z'n drieën een dorm, wat erg leuk was, en ze vroegen of ik mee wilde naar het food festival. Ik had net gegeten, wat stom voelde, maar ik liep toch mee. Het was gezellig en we bestelden een ietwat dure piña colada. Vijf dollar en een masterclass ananas snijden later gingen we zitten. Timo en Katherine hadden een maaltijd besteld die ze deelden en het zag er erg goed uit, maar ik kon nog altijd niet aan eten denken. Na een tijdje was ik moe en gingen we naar het hostel om even uit te rusten. Onderweg kwamen we een aantal kittens tegen, die ik natuurlijk naar Lois moest sturen, aangezien ze pas een maand oud waren.
In het hostel lag ik op bed en zat ik op mijn telefoon, tot we weer met een groep mensen hadden afgesproken. Ik zou jullie vertellen wie dit waren, maar op dat moment had ik geen flauw idee. Inmiddels weet ik meer, maar dat komt later! Ik voelde me inmiddels echt niet lekker en wilde eigenlijk gewoon slapen. Toch besloot ik mee te gaan omdat ook ik, verkouden als ik was, moest
eten. Ik haalde een paar bao pao's, aangezien ik met Tim had ontdekt dat dit zelfs in Centraal Amerika geweldige en goedkope snacks zijn. Ook liep ik nog even mee naar de supermarkt waar Timo en Katherine met de rest hadden afgesproken. Vanaf hier had ik beter naar het hostel kunnen gaan, maar besloot ik onder groepsdruk toch mee te gaan naar het restaurant, waar de lokale DJ Tiësto iedereen probeerde doof te krijgen. Als muziektechnoloog was dit een gevaarlijk restaurant, zeker als de beste man nog een aantal dB harder ging terwijl hij complimenten naar alle dames in de bar schreeuwde. De tweede slechte beslissing was de portie spareribs die ik hier bestelde. Het leek op een kindermenu van De Beren, maar dan nog minder lekker. Drie frietjes, een magere vijf ribbetjes en een paar stukjes rauwe wortel en selderij. Ik rond dit stuk snel af voor ik uit woede terugga om mijn geld en trommelvliezen terug te vragen.
Terug in het hotel lukte het de rest niet om bier te vinden, zodat ze nog even wat konden drinken voordat we allemaal naar bed zouden gaan. De volgende ochtend zouden we met nog een aantal anderen de Seven Waterfalls Hike doen, dus ik besloot er vroeg een eind aan te breien.
De volgende ochtend klonk ik minder ziek, maar voelde ik me iets beter. Ik had redelijk wat slaap gehad en knapte ook zeker op van de warme douche in het hostel. Toch had ik, als ik meer tijd had in El Salvador, de hike liever een dag uitgesteld. Vanwege mijn snelle reis door het land kon dit echter niet, dus moesten we er maar aan geloven.
Ik had gehoord dat je nogal nat zou worden tijdens de hike en besloot mijn spullen dus maar in het hostel te laten, aangezien mijn scooter hier toch nog stond. Shirt uit en gaan! Gelukkig kan mijn telefoon wel tegen een paar druppels. We liepen een kleine twintig minuten naar beneden over een glibberig pad. Het had de dag ervoor duidelijk geregend, dus we moesten oppassen. Eenmaal beneden duurde het niet lang voor we de eerste grote waterval zagen, keurig aangegeven met het bordje "Cascade no. 1". We begonnen al snel met zingen. "'Cause every time we touch..."
Na drie watervallen waren onze schoenen al volledig doorweekt. Het was immers onweerstaanbaar om je niet volledig in de waterpartijen onder te dompelen. Oprecht was het water warmer en schoner dan een aantal douches die ik deze reis heb gehad, dus ontevreden was ik niet. Via een touw dat een van onze gidsen bij de derde waterval had uitgegooid, klommen we naar boven. Dit was het punt waarvan ik dacht dat dit in Nederland alleen met dubbele zekering had gemogen.
Onderweg sprak ik met de Duitse Emily, de Canadees Eryn en de Nederlandse Marcella, die zelfs in Den Haag woonde. Ook met een Australische gast, die ik al in Santa Ana had ontmoet, had ik leuke gesprekken. Onderweg naar boven smeerden we oranje modder op onze huid, die we later in een van de natuurlijke zwembaden zouden afwassen. Dit duurde iets langer dan verwacht, waardoor we uiteindelijk ruim een half uur met opgedroogde modder op onze gezichten liepen. Het jeukte als een gek!
Eenmaal daar zwom ik in de baden, die niet bij de zeven watervallen hoorden, waardoor de overige drie te verklaren waren. Anderen sprongen van een klif in het bad, maar het was mij hier iets te ondiep voor. Het begon ook al kouder te worden. Na een ruime vijf uur werden we weer afgezet voor de kerk van Juayúa. We gingen allemaal douchen, pinnen en aten nog wat in het dorp. De food market was immers nog aan de gang. Het pinnen ging helaas minder soepel. Ik kon met mijn twee bankpassen bij geen enkele bank pinnen en had helemaal geen geld meer over. Gelukkig kon Timo, de andere Nederlander, me helpen. Hij leende honderd dollar aan me en stuurde me een ouderwets betaalverzoek. Fijn land, Nederland!
Na een snelle maaltijd voor nog geen vier dollar begon ik aan mijn terugweg naar Santa Ana, om direct door te reizen richting het surfdorp El Tunco!