Little Corn Island
We liepen in tien minuten naar de duikschool, waar we al snel Adam tegenkwamen. Hij verwees ons naar Molly en haar stagiair Clarissa, die de komende drie dagen onze bron van informatie zouden zijn over het duiken. Molly was streng maar rechtvaardig en hield een scherp oog op alle fouten die we maakten. Dat was eigenlijk wel fijn en voelde totaal niet onaardig aan. Clarissa was veel vriendelijker en deed zelf haar Dive Masters bij Dolphin Dive. In ons groepje zat (toen nog) een andere studente uit Israël. Het was een wat oudere vrouw die wilde kijken of duiken iets voor
haar was, maar na een klein kwartiertje in ondiep water voelde ze zich al ongemakkelijk en besloot ze te stoppen met de cursus. Privéles dan maar!
De ochtend stond in het teken van theorie. We keken lange filmpjes waarin een aantal interessante punten werden uitgerekt, vaak met veel reclame voor PADI, de organisatie voor duikers die deze cursussen heeft ontwikkeld. Daarna maakten we na elk hoofdstuk een quiz met vragen waarbij sommige antwoorden te belachelijk waren voor woorden. Een voorbeeld:
"De meeste verwondingen bij duikers door zeedieren komen door?"
A. Het dier denkt dat je voedsel bent B. Het dier is agressief C. Het dier beschermt zichzelf tegen de duiker D. De duiker heeft het dier niet gevoerd
Natuurlijk, ik zal de tekst verbeteren op het gebied van taal- en spellingsfouten:
Op halve kracht en met een gezonde dosis verveling bekeken we de filmpjes om dit vervelende maar helaas noodzakelijke onderdeel van onze PADI Open Water-cursus te voltooien. Na het bekijken van de eerste video's gingen we verder met het bestuderen van ons materiaal. We werden geïntroduceerd aan de first stage, second stage, BCD en andere onderdelen. Hierna was het tijd om voor het eerst met onze duikersuitrusting het water in te gaan. We begonnen ondiep aan het strand en ademden voor het eerst onder water met behulp van onze zuurstoftank. Het voelde fantastisch. We voerden een aantal vaardigheden uit die nodig waren om onze PADI-certificering te behalen en maakten ons klaar voor onze eerste duik.
We daalden geleidelijk af naar een diepte van twaalf meter. Hoewel dat niet zo diep is als de Open Water-limiet van achttien meter, was het nog steeds behoorlijk diep onder water. In het begin vond ik het klaren van mijn oren best lastig, vooral mijn rechteroor werkte niet mee. Zoals we hadden geleerd, moesten we dit rustig en voorzichtig doen. Lukte het niet? Dan gingen we een stukje omhoog om het nogmaals te proberen. Als we te veel druk uitoefenden, kregen we een terechtwijzing van Molly, zoals ze nog vaker zou doen. Die eerste duik was magisch. Eenmaal op de bodem was er niets meer aan de hand. We hoefden ons geen zorgen te maken over ons drijfvermogen, want Molly en Clarissa zouden tijdens de eerste duik ons drijfvermogen controleren. We konden vooral genieten en observeren. Tijdens deze duik zagen we een verpleegstershaai, kreeften en een aantal vreemde en grote vissen. Net als onze zuurstof vloog ook de tijd voorbij. Na ruim veertig minuten kwamen we weer boven water na onze veiligheidsstop. Het oppervlak van de oceaan had nog nooit zo logisch geleken.
We haalden lunch bij een van de eettentjes aan de zee, en ik bestelde tzatziki met brood, een portie chips (die helaas echt chips waren) en een biertje. Na de lunch was het weer tijd voor theorie. Op dag twee ging het ongeveer op dezelfde manier. 's Ochtends deden we vaardigheden, om elf uur was er een duik, en 's middags deden we meer vaardigheden en theorie. Wat veranderde was onze lunchplek. We gingen naar het naburige restaurant omdat het eten daar er beter uitzag en je voor dezelfde prijs meer kreeg. Een eenvoudige keuze dus. 's Avonds aten we daar ook. We bestelden allebei de Pork Ribs, die naar mijn gevoel minstens een dag op de barbecue hadden gelegen. Vooral de zelfgemaakte barbecuesaus was erg lekker. Zoals op de eerste en tweede avond gingen we na een biertje, een cocktail en een deel van onze serie vroeg naar bed. De derde dag van onze cursus stond in het teken van ons examen en twee duiken, waarvan de laatste een fun dive zou zijn!
We begonnen de dag met pannenkoeken bij het hotel en gingen direct daarna onze eerste duik maken. Hier moesten we veel vaardigheden uitvoeren, waardoor de duik zelf minder indrukwekkend was. Toch gingen we voor het eerst zonder lijn naar de bodem. We moesten dus zelf ons drijfvermogen regelen door lucht vanuit onze zuurstoffles in en uit onze BCD te pompen. Een leuk spelletje. Het duiken ging beter en het genieten werd daardoor ook makkelijker. Vooral bij de tweede duik, om elf uur, konden we meedrijven met de onderwaterstroming. We zagen een groep van twaalf inktvissen naast elkaar en werden ook getrakteerd op een stuk of drie barracuda's voordat we weer naar boven moesten. Mijn zuurstofmeter daalde tot vijftig bar, wat betekent dat het tijd was om terug naar de oppervlakte te gaan.
Pleun en ik hoefden alleen nog een deel van het theorie-examen te maken, maar dat ging ook snel. Van de zestig vragen had ik er één fout, en Pleun had er natuurlijk geen enkele fout. Al met al hadden we het goed gedaan. We hadden onze Open Water-certificering binnen!
We waren vroeg klaar en gingen weer eten bij ons inmiddels favoriete restaurant op het eiland. Die middag had ik hier een geweldige teriyaki kingfish sandwich gehad, maar nu was het tacoavond. Dit betekende dat je drie euro per taco betaalde. We besloten even te wachten met eten. Die avond was er ook een pubquiz waaraan we wilden deelnemen, dus we gingen voorlopig nergens heen. We dronken alle cocktails van het menu tijdens happy hour en hielden op die manier onze rekening strategisch laag. We breidden ons pubquizteam uit met een Brit en een Amerikaanse en gingen op zoek naar de overwinning.
De eerste ronde ging meteen goed, het betrof topografie van Europa. We moesten aan de hand van silhouetten twintig Europese landen raden. Deze ronde nam ik voor mijn rekening, en zo begonnen we meteen met een voorsprong van zeventien goede antwoorden. Daarna werd het moeilijker, met drie rondes van tien willekeurige vragen over verschillende onderwerpen. Ook hier wisten we ons goed doorheen te slaan, waardoor we ook deze ronde eindigden met een voorsprong van één punt op het tweede team. De laatste ronde was een muziekronde. Kat in ‘t bakkie! We moesten jaartallen raden van tien nummers, met een marge van maar liefst acht jaar(!). Hierdoor behaalden we negen van de tien punten, wat betekende dat we logischerwijs de pubquiz wonnen! Onze prijs? Het inschrijfgeld, pakweg tien euro per persoon. Helemaal prima! Na nog een drankje om de overwinning en onze behaalde PADI-certificering te vieren, gingen we rustig richting het hotel voor onze laatste nacht op Little Corn Island.
Ergens tijdens de eerste of tweede duikdag moet ik mijn voet hebben gestoten, want op dag drie en vier deed mijn grote teen zo veel pijn dat ik er nauwelijks op kon staan. De twee duiken die we op dag drie deden, heb ik vooral op wilskracht volbracht om mijn certificering te behalen, omdat het niet comfortabel aanvoelde. Tijdens de pubquiz liet ik onze Engelse teamgenoot naar mijn teen kijken; hij was arts. De diagnose die hij gaf, was dat ik me een klap tegen mijn teen zou moeten herinneren als deze gebroken was. Het leek meer op een infectie, wat ook de zwelling en stijfheid verklaarde. Op dag vier ging het gelukkig al een stuk beter. En zo maakten Pleun en ik een wandeling naar Otto Beach, het mooiste en meest paradijselijke strand van Little Corn Island, precies zoals je zou verwachten als je het eiland in een reisbrochure zou zien staan.
Hoewel het hier een beetje verlaten leek, vonden we een mooi resort om nog een laatste drankje te drinken op Little Corn. We rookten een sigaar die we twee dagen eerder hadden gekocht, en het leven was goed. Daarna moesten we snel terug naar de haven, want onze boot naar Big Corn zou om twee uur vertrekken. De boot helde naar rechts en de golven kwamen van links, maar wonder boven wonder hebben we het overleefd. Gelukkig voor ons!
Met mijn inmiddels weer pijnlijke teen liepen we naar ons nieuwe onderkomen voor de nacht, The Wave Hostel, op het puntje van Big Corn Island. Hoewel het hostel er op het eerste gezicht mooi uitzag en een prachtige locatie had, was er toch wel het een en ander mis mee. De sleutel paste nauwelijks in het sleutelgat, er lagen (vliegende) mieren op ons bed en tientallen andere insecten zaten op de muren. Wel hadden we een fijn terras op zo'n twee meter van de zee. Het was prima voor één nacht.
We aten kreeft en garnalen in een lokaal restaurant en hadden goede gesprekken. De volgende ochtend vertrok onze vlucht naar Managua vroeg, althans dat hadden we gehoopt. Onze vlucht van een uur en twintig minuten had maar liefst drie uur vertraging. We hadden geen eten en ook op het vliegveld was niets te krijgen. Helaas.