Nog eventjes naar Puerto Viejo en Manzanillo

De avond dat we aankwamen in Puerto Viejo deden Pleun en ik een soort kroegentocht. We dronken cocktails bij een Japans/Thais restaurant dat werd gerund door een Engelsman en een Japanse vrouw. Hierna gingen we door naar de pokébowl tent om de hoek. We dronken nog een cocktail en aten, zoals je kunt raden, een pokebowl. Hierna vertrokken we naar het red rocks café waar ik eerder ook al had gezeten, toen
ik de vorige keer in Puerto Viejo was. We speelden pool, dronken bier en hadden een gesprek met een lokale zwerfster. Ze begon het gesprek alsof ze in de toerisme werkte, maar dit ging steeds meer richting het verhaal dat ze hier op de stoep zou slapen. Ze masseerde Pleun haar vinger, en dronk een biertje mee, waarna Pleun en ik richting het hostel gingen.
Het hostel, Casa Wolaba, was prima! De bedden lagen goed, maar kraakten als een malle. Zonde. De volgende ochtend huurden we fietsen en vertrokken we richting Manzanillo, een gratis nationaal park ten zuiden van Puerto Viejo. We maakten een valse start, aangezien de fiets die Pleun had gehuurd het na ons ontbijt al had begeven. We aten een heerlijke bananentaart en allebei een cinnamon roll, voor we erachter kwamen dat de band van Pleun leeg was gelopen. We liepen, met onze fietsen aan onze hand, terug naar het hostel, waar Pleun zonder enige vraag een nieuwe fiets kreeg, alsof het vaker gebeurde. We begonnen opnieuw aan onze tocht van ruim twaalf kilometer. Op zich hebben we, als trotse Hollanders, vaker dat soort afstanden gefietst, maar op deze fietsen was het toch een lastige klus. Niet alleen gingen ze blijkbaar snel kapot, ook zaten de zadels als houten planken en waren onze ruggen, door het lage stuur, gebogen als bananen. Gelukkig was het uitzicht mooi.
Pleun had deze reis nog maar één echt doel! Ze moest en zou een luiaard zien. Nu heb ik deze in de buurt van Puerto Viejo in overvloed gezien, dus ik was ervan overtuigd dat we er wel een zouden spotten. We keken in plaats van naar de weg, vooral naar de boomtoppen om deze schattige beesten te kunnen spotten. Onze volgende stop was Punta Uva, wat het mooiste strand van Puerto Viejo zou moeten zijn. Het was prachtig, zeker. We dronken een ananassmoothie en zagen een stel eekhoorns, en reden weer verder.
Na een kort stukje fietsen werden we, net als in Monteverde, tegengehouden omdat er een boom op de elektrische leidingen was gevallen. Gevaarlijk, maar iets in mij had het idee dat dit hier dagelijkse kost is. De mannen zaagden de boom doormidden, vingen een deel op en ruimden het op, waarna het verkeer weer kon doorrijden. De wegen werden hobbeliger en het trappen zwaarder. De warmte en hoge luchtvochtigheid hielpen hier niet bij. Na een klein uurtje fietsen, kwamen we uit bij Manzanillo, waar de weg ook ophield. Aan het einde van de weg stonden netjes een aantal fietsnietjes, waarin we onze fietsen konden parkeren.
Het park bleek niet gratis, maar op donatiebasis te zijn, waardoor ik de vrouw achter de balie wat kleingeld gaf, waarvan ik geen idee heb of het een normaal bedrag was. We mochten door. Via een brug, die me heel erg aan de ingang van Cahuita deed denken, liepen we het park in.
Het duurde niet lang om de eerste apen te spotten. Een grote groep brulapen had zich rondom de ingang in de bomen verzameld. Ze waren stil en relaxed, maar druk bezig met elkaar. Het park zat vol met muggen, die al snel begonnen te irriteren, maar het was er prachtig en een van de redenen waarom Costa Rica zo mooi is. Bomen met stekels, enorme spinnen, grote planten, vele apen en insecten, maar nog geen luiaard. Ze zouden er echt moeten zitten, maar vandaag zagen we ze niet. Wel zagen we het prachtige uitkijkpunt, vanwaar je naar een grote rots in het water keek, die mij persoonlijk aan een tropische versie van de rotsachtige Franse kust deed denken.
We liepen nog iets verder, over kleine maar mooie witte strandjes, met overhellende palmbomen. Bij de grot keerden we om. We hadden honger. Na een speedrun uit het park gingen we zitten bij de eerste de beste Jamaicaan die we konden vinden. Dit duurde niet lang, want er zijn hier een hoop. Ik bestelde de Jamaicaanse kip en Pleun een ander gerecht, wat er eigenlijk best op leek. Mijn kip was heerlijk, maar niet zo veel. De smaak was wel echt te gek en inspireerde mij om in Nederland zo snel mogelijk Jamaicaanse BBQ te maken. De pulled jackfruit die ik eerder in Puerto Viejo al eens had, was ook fantastisch.
In één ruk reden Pleun en ik de volle twaalf kilometer weer terug naar ons hostel. Onderweg zagen we weer geen luiaard, maar wist ik in de bomen wel een groep apen én, indrukwekkender, een grote leguaan te spotten.
Pleun en ik kookten met de restjes van onze pokébowl en in de winkel gemarineerde kip onze minst lekkere maaltijd van de reis. Bak nooit pokébowl op en combineer het al helemaal niet met BBQ kip uit een Cost Ricaanse supermarkt. Zelfs de nieuw gekochte broccoli smaakte funky. Goed. Het vulde ons op voor de avond die komen ging.
In het hostel was het karaokeavond. We hadden allebei weinig zin om mee te doen, maar toen we een aantal heel slechte deelnemers hadden gehoord, speelde onze trots toch op. Twee andere Nederlandse meisjes zongen "Sterrenstof" van De Jeugd van Tegenwoordig, die we natuurlijk moesten meezingen. Hierna was het onze beurt. Na een valse start waarin "Unwritten" mijn stembanden verkrachtten en andersom, besloten Pleun en ik "Don't Stop Believing" van Journey een kans te geven. Hoewel ik zeker niet was ingezongen, klonk het prima en vond het publiek dat wij fantastisch konden zingen. Voor ieder gezongen nummer kregen we een shotje, waardoor ik graag nogmaals ging. We sloten de avond af met "Billie Jean."
Het was nog niet zo laat, en we hadden door al die shots wel zin om uit te gaan. Het was tenslotte onze laatste avond in Costa Rica. We gingen naar Salsa Brava, een van de tentjes op het strand, waar ik een maand eerder met Frederique wat had gedronken. Het was niet ver lopen, dus we waren er binnen enkele minuten. De plaatselijk populaire muziek schalde weer eens door de speakers, en we haalden een drankje aan de bar. Pleun en ik waren naar de club gelopen met Sophie en Noor, twee Groningse studenten die samen aan het reizen waren. Na een tijdje werden we vergezeld door Leidse gast 1 en Leidse gast 2, die zich hadden voorgesteld, maar van wie de namen het ene oor in en het andere oor uit gingen. Ze zaten allebei bij Minerva (nummer 2 en 3 al deze reis!) en vonden vrijwel alles 'tof,' 'leuk,' of 'gaaf.' Wat is Nederland toch een gaaf land.
Het feestje duurde voort, en Pleun wilde naar het hostel, maar ik bleef nog even om te kijken of die twee gasten écht niet gekloond waren, maar ik kon geen bewijs vinden. Uiteindelijk gingen ook Sophie, Noor, en ikzelf naar het hostel. Onderweg terug werden we ongerust over een Zweeds meisje dat eerst ook in ons hostel zat. Ze was eerst heel helder, maar gedurende het feest werd ze vager en vager. Ze was met een lokale gast naar het strand gegaan. Ze lag om half vier, toen wij terugkwamen, nog niet in bed. Met een van de vrijwilligers en de beveiliger in het hostel besloten we terug te gaan. Onderweg werd ons groepje van vier twee keer aangesproken door gasten die iets van de meisjes wilden. Het is er het tijdstip voor, maar erg vervelend en precies de reden dat Noor wilde teruglopen.
Het was de juiste beslissing, want toen we aan kwamen lopen, zat het Zweedse meisje aan een tafeltje met vijf oudere mannen, die stuk voor stuk wat van haar zouden willen. Glazig staarde ze hen aan. Toch wilde ze niet met ons mee. Ze weigerde en vond dat ze het zelf mocht bepalen. Ze klonk dronken en meer, dus we dwongen haar vriendelijk. Het voelde voor ons niet goed om haar rond vier uur 's nachts alleen op het strand te laten met een aantal lokale mannen. Dan ben ik liever te voorzichtig dan niet voorzichtig genoeg. Ze ging mee, maar een van de anderen liep erachteraan. Ik vroeg haar of ze iets met hem had gedaan, en ze zei ja. Ze gaf aan dat het haar keuze was, maar de man was oud en vrij lelijk. Was het alleen slechte smaak, of was er meer aan de hand? Uiteindelijk besloot ze zelf verantwoordelijkheid te nemen toen we bij het hostel aankwamen. Ze wilde heel graag met de man verder praten op het bankje voor het hostel. Wij vroegen de beveiliger om haar in de gaten te houden, omdat het hier voor ons ophield. Wij moesten ook naar bed en konden er niet de hele nacht naast gaan staan. Ik hoop dat ze oké was en zich realiseerde dat het niet slim was om alleen over straat te gaan rond dat tijdstip.
Ik lag rond 5 uur te slapen en kon de volgende ochtend uitslapen. Pleun ging namelijk naar het Jaguar Rescue Center, waar ik al was geweest, en onze shuttle naar Bocas Del Toro ging pas om twaalf uur!