San Blas: Het eilandleven gaat verder!
Dag 2
Op dag twee vertrokken we na een voor reizigersbegrippen goed ontbijt richting het volgende eiland. De boottochten begonnen op dit punt al mijn favoriete onderdeel van de trip te worden. Met een rotgang vaar je langs de Panamese jungle en passeer je honderden eilanden, bewoond en onbewoond. Lisette en ik hadden het er de avond ervoor nog over dat de San Blas-eilanden over tientallen jaren waarschijnlijk niet meer zullen bestaan, vanwege de opwarming van de aarde. Het zou het verlies betekenen van een cultuur met eigen wetten, tradities en kokosnoten als munteenheid.
We kwamen aan bij het derde eiland en zouden hier de middag doorbrengen. Het eiland was klein en er was niet veel te beleven. Natuurlijk! Het uitzicht was mooi en er stond een volleybalnet om te gebruiken, maar een gezonde mate van verveling was ook zeker aanwezig. Met de Nederlanders zaten we in het ondiepe water, speelden we boter, kaas en eieren en galgje in het zand en hadden we leuke gesprekken. Met de Ieren ging ik volleyballen. We maakten grapjes over het eiland, maar eigenlijk vermaakten we ons best goed. De lunch, die bestond uit verschillende vormen van salade, verse hummus en brood, was welkom en lekker. Vooral de rode bietensalade met kaneel was fantastisch.
Na de lunch was het weer tijd om te vertrekken richting het slaapeiland van de dag. Het eiland was eigenlijk net zo mooi als het eerste eiland, maar dan groter en met hutten voor onze hangmatten. Ja, we zouden deze avond in hangmatten gaan slapen. Iets wat ik nooit eerder had gedaan, maar waar ik wel benieuwd naar was. Realistisch gezien wist ik al dat de uitkomst zou zijn dat ik slecht zou slapen in een dergelijke situatie. Maar zoals Katy ons aan het begin van deze trip leerde: “It’s an adventure! Go with the flow and have fun.”
Tim en ik besloten met z'n tweeën te gaan snorkelen. Ik zag hier het meest indrukwekkende koraalrif dat ik ooit heb gezien. Een onderwaterklif van ruim dertig meter gevuld met deels gekleurd koraal. Ik kon me alleen maar voorstellen hoe dat moet zijn geweest toen het koraal al haar kleur nog had. Tijdens het zwemmen zag ik eigenlijk alleen een grote kreeft en een hoop kleine vissen. Jammer, maar helaas. Toen Lisette en Frederique later met Tony gingen snorkelen, zagen ze onder andere twee zwaardvissen. Dat lijkt mij ook wel wat.
We dronken onze eerste Coco Loco, oftewel kokosnoot met rum, en speelden nog een spelletje voor we weer gingen eten. Burrito's! Pompoen, kaneel, bonen, kip en sojasaus waren de hoofdingrediënten. Voor het eten deed ik met Tim mee aan een foto- en videowedstrijd. We kregen negen opdrachten om te filmen of fotograferen op de eilanden. Dus lag ik ‘dronken’ op een tafel, gaf Tim mij een lapdance, en deed ik een modeshow met Frederique en Tim, terwijl Ellen, een van de Ieren, het gebeuren filmde. Het was leuk om de tijd op deze creatieve en lollige manier samen te doden.
Na het eten waren we moe en zouden Tim en ik eigenlijk vroeg onze hangmat in kruipen, ware het niet dat Brendan, een van de Australische gasten, om twaalf uur jarig zou zijn. Terwijl hij zelf met zijn vriendin ging slapen, bleven wij op om hem rond middernacht te verrassen.
De Ieren namen de leiding en schonken iedereen de hele avond op tijd bij met de whisky die ze hadden meegenomen naar het eiland. De drankjes topten ze af met een paar slokken Sprite, voor ze naar hun nieuwe eigenaar gingen. Nog altijd dronken ze zelf het meeste. Will, de Engelse jongen die met zijn vriendin Lilly op reis was, veranderde mijn telefoonachtergrond naar een foto van hemzelf en danste op de tafel toen 'Love Story' van Taylor Swift opkwam. Samen met Emily en Lisette zong ik mee en bleef de sfeer erin. Tim was inmiddels toch naar zijn hangmat gegaan, toen de klok twaalf uur sloeg. We liepen naar de privéhut van Brendan en zijn vriendin en zongen 'Happy Birthday' en 'For He's A Jolly Good Fellow'. De veertigjarige Brendan kon erom lachen. Zijn vriendin minder.
Met gepaste schaamte gingen we na dit feestje, waarbij we zonder twijfel iedereen hadden wakker gehouden, uiteindelijk ook wij naar bed. Max viel nog uit zijn hangmat, terwijl Rob nog op vol volume een gesprek begon met een van zijn Ierse vrienden, voordat de rust op San Blas was hersteld.
Dag 3
Op de derde en laatste volledige dag in de archipel gingen we naar het favoriete eiland van Tony. Ook hier snorkelden we weer en zag ik mijn eerste rog. Niet een pijlstaartrog, zoals Tim, maar een kleiner maar mooi exemplaar. Het koraal was ook hier weer uitgewassen maar groots. De vissen zwommen er gerust doorheen, wat de zee rondom het eiland een levendig gezicht gaf. Achteraf kwam ik erachter dat dit eiland ook een aantal schildpadden had, die ik helaas niet heb gezien, behalve op de foto’s van Frederique. Ze waren klein en werden als huisdieren gehouden door de Kuna op het eiland.
De lunch die we die dag kregen bestond uit vis, linzen, rijst en salade. Krachtvoer om de laatste middag mee door te komen. Met de boot gingen we naar het laatste eiland, voordat we naar het vasteland van Panama zouden vertrekken. Op Isla Miro, zoals het eiland heette, gingen Lisette en ik snorkelen en zagen we een aal. We waren er beide zeker van dat deze terwijl
we langszwommen plannen maakte om ons op te eten. Hij was grijs met grote zwarte ogen, die ons beiden aanstaarden. We zwommen snel weg. We zagen kleine vissen, grote koralen en heel veel water. Het was een van de mooiere snorkelspots. Uiteindelijk raakte ik Lisette kwijt in het koraal omdat het te ondiep werd. Later bleek dat zij wél een pijlstaartrog had gezien, toen ik al aan de kant stond. Volgende keer beter.
Op dit eiland hadden ze, behalve normale bedden, ook een winkeltje waar je cocktails, bier en frisdrank kon kopen. We deden dit terwijl we naar een onweersbui boven het vasteland keken. Het eten op deze laatste dag was de grootste verrassing die we allemaal zagen aankomen: kreeft en ceviche. 's Avonds hadden Tim en ik persoonlijke gesprekken met onze vrienden Tony, Lisette en Frederique. Tony was net als Katy behalve tourgids ook echt een van onze maatjes geworden op de eilanden. Hij nodigde ons uit om de volgende keer samen een aantal eilanden te bezoeken om te snorkelen, en wilde als Afrohouse-DJ graag eens samen aan muziek werken. Na een avond vol goede gesprekken, gingen we rond half drie naar bed.
Dag 4:
Op de laatste dag van ons San Blas-avontuur gingen we nog een keer op een kleine uitstap met onze geliefde speedboot, inclusief Guna-crew. We gingen naar Piscina Natural, een zandbank of eerder een gezonken eiland, midden in de oceaan. Het was een raar idee om tot mijn enkels in het water te staan, terwijl de oceaan en onze twee boten mij omringden. Je kon hier levend verbranden, maar toch verkoelen. We maakten wat foto's van elkaar en vertrokken naar het eiland voor onze laatste lunch. Na het eten, rijst met curry die iets weg had van Chicken Tonight, pakten we onze spullen en vertrokken we met de boot richting Carti.
In Carti stonden er 4x4's klaar om de groep naar Panama-Stad te brengen. Althans, wij mochten even wachten terwijl de groep al vertrokken was. De spullen gingen op het dak, de mensen in de auto. Het eerste deel van de rit had wat weg van een achtbaan. Op een gloednieuwe asfaltweg, die er volgens Katy pas een paar jaar lag, reden we met een rotgang door de jungle van Guna Yala. Links, rechts, omhoog, omlaag, rechts, links, rechts, omhoog, rechts, omlaag, links. Tot we uiteindelijk aankwamen bij een paspoortcontrole van de Panamese grenspolitie. De weg werd iets minder tot de snelweg die ons naar Panama-Stad moest brengen, maar was nog altijd prima te begaan. We dronken iets bij het tankstation en haalden een zakje chips, terwijl we afscheid namen van de rest van onze groep. Gelukkig niet voor lang, want we zouden elkaar diezelfde avond nog zien tijdens een etentje in de stad.