San Blas: Welkom in Guna Yala!

Voor mij zijn de San Blas-eilanden een plek waar je geweest moet zijn. Je moet ervaren hoe het is om zowel extreem relaxed als compleet uitgeput te zijn. Je maakt snel vrienden en ziet de mooiste duikspots, onweersbuien en stranden. Zonder afleiding leef je hier voor bijna vijf dagen een zorgeloos leven!
Dag 1:
Het was de eerste dag van onze trip naar de San Blas-eilanden. Dit betekende niet alleen het begin van een groot avontuur, zoals Tonny en Nina de tour hadden gepromoot, maar ook het einde van onze tijd in Colombia. Ik ben de afgelopen weken van Colombia gaan houden op een manier waarop ik nog niet van een ander land heb gehouden. Reizen is anders dan een vakantie. Ook al waren het ‘maar’ drie weken in Colombia, ik heb het idee dat we de omgeving rondom de Sierra Nevada hebben uitgespeeld. Je weet hoe je je moet navigeren, hoe je met de mensen omgaat en wie je (gevoelsmatig) wel en niet moet vertrouwen. Het geeft een gevoel van veiligheid, dat alleen een thuis kan bieden. Toch merkte ik de laatste week ook dat ik toe was aan nieuwe invloeden, ander eten en afwisselende natuur. Noord-Colombia is prachtig, maar na een trektocht van vijf dagen in dezelfde jungle denk ik deze, voor nu, wel gezien te hebben.
Na het ontbijt, waarbij ik voor het eerst deze reis toch heb toegegeven aan de scrambled eggs die werden voorgeschoteld - ik vind ei vreselijk, wat een snot - vertrokken de twee boten naar onze eerste stop in Puerto Obaldía, een militair checkpoint, net over de Panamese grens. Hier gingen we door de Panamese migratie heen, om uiteindelijk aan land te mogen op zowel de eilanden als het vasteland. Ook ontmoetten we hier Katy, een Engelstalige, superlieve gids die de tour voor de tweede keer mocht leiden.
Omdat Panama een zero tolerance drugsbeleid heeft, was dit toch nog spannend. Niet omdat wij drugs meehadden. Zeker niet. Wel omdat het dreigend overkomt en de straffen hier erg hoog zijn. Zo is een Duitse jongen drie jaar terug opgepakt tijdens de San Blas Adventures, omdat hij een klein zakje cocaïne mee had. Hij had deze gekocht in Colombia, waar ze een stuk toleranter zijn, en was deze vergeten uit zijn tas te halen. De jongen werd afgezonderd van de groep en mocht, in plaats van een avontuur in het San Blas-paradijs, naar een Panamese cel verhuizen. Hij kreeg zeven jaar cel en zit tot op de dag van vandaag opgesloten. Mijn tip dus voor iedereen die weleens zou proberen drugs mee te smokkelen over de grens, omdat het toch wel kan: Doe het niet!
Het kon overigens wel. De honden roken aan onze backpacks die we stuk voor stuk van binnen hadden bedekt met plastic tassen, om deze te beschermen tegen de regen. Ook werden onze schoenen, broekzakken, flessen water en heuptasjes niet gecontroleerd. Zolang er niets verdachts was, had je niets te vrezen. Toen de honden klaar waren, mochten de tassen terug richting de boot, waar de Guna - de lokale, erkende bevolking van Guna Yala, oftewel San Blas - onze boot inlaadden en klaarmaakten voor vertrek.
We gingen inmiddels stuk voor stuk naar de migratiedienst, verderop in het dorpje. Omdat je maar met een man of vijf voor de deur kon wachten, ging de rest naar een koffietentje, waar je ook meteen een Panamese simkaart kon kopen. We dronken koffie en Tim en ik waren aan de beurt om onze migratiestempel te halen. Ik stond op, liep drie stappen en voor ik het wist lag ik op de houten vlonders met mijn hand tegen mijn hoofd. Het deed pijn, maar ik begon meteen te lachen. Ik was vol tegen een krom groeiende boom aangelopen. Sterker nog, ik was tegen de spijker aangelopen die in de boom was geslagen. Mijn voorhoofd was bloederig, maar ik wist ook meteen dat het wel meeviel. Ik ging niet out, wist nog steeds niet welke dag het was, maar wel dondersgoed wat er was gebeurd. Lieve Katy kwam naast me zitten en noemde mij vervolgens HP, kort voor Harry Potter, vanwege het litteken op mijn voorhoofd. Ik verwacht dat ik deze wel even zal blijven dragen. Katy en de Ierse meiden waren lief voor me, terwijl Tim mij volledig uitlachte. Het was terecht en ik had waarschijnlijk hetzelfde gedaan, als dit hem was overkomen.
Na een minuut of tien vertrokken Tim en ik alsnog naar het migratiehuisje, waar de agent vroeg wat ik met mijn hoofd had gedaan. Tien vingerafdrukken later stond de stempel in mijn paspoort en konden we met een simkaart, stempel, ijsje en bloedblaar op mijn voorhoofd op zak door naar het eerste eiland, Atidub.
Atidub staat voor Ati’s eiland. 'Dub' betekent namelijk eiland voor de Guna. Het was een waar paradijs. Witte stranden, palmbomen en een enkel aantal rieten huisjes om het eiland aan te kleden. Het was een mooi en goed verzorgd eiland en voor ons de perfecte eerste stop. Na een lunch van in bananenblad gevouwen kip met gele rijst en groenten en een snelle eerste duik, was het tijd om het water te verkennen met Tony als snorkelgids. We snorkelden ruim anderhalf uur, waarop ik mijzelf niet had voorbereid door mezelf voldoende in te smeren. De zon was fel en het water blauw.
Diepe kliffen onder water wisselden af met kleurrijke koraalformaties en talloze kleine vissen. Toch moest en zou Tony een grote vis vinden voor ons om te zien. Het duurde denk ik een kleine veertig minuten tot ik na al die tijd een grot zag. Ik keek naar binnen en hieruit kwam een enorme voelspriet! Het was de kreeft waar Tony het over had. Jammer genoeg zag niemand anders deze, zodat mijn verhaal geloofwaardiger is, maar de combinatie van voelsprieten en ogen maakte het voor mij niet te missen. Tony schreeuwde iets later, waarna hij in het water naar een vis wees. “Shark!” Tim heeft deze in vol ornaat gezien. Ik zag alleen de staart. Het blijft een geweldig fenomeen, dat deze dieren zo dichtbij komen, maar zich niets van je aantrekken. Tijdens de snorkeltour zagen we ook een hoop anemonen, kwallen, fluorescerende vissen en een rog. Althans, Tony zag een rog. Ik was onder de indruk van de freediveskills van Tony, die tot makkelijk acht meter diepte dook, zonder adem.
Eenmaal terug op het land waren we allemaal uitgeput en verbrand. We verbleven in de schaduw terwijl Tim en ik een spelletje Irish Snap speelden met Christine, Ellen en Alex, de Ieren. Het was een leuk spel, waarbij je snelheid nodig had en tegelijkertijd oplettend moest zijn. Op een gegeven moment moesten de spullen terug naar de boot en wachtte ons een nieuw avontuur. Terwijl de boot met onze spullen naar het slaapeiland ging, gingen wij in tweetallen per kano richting het volgende eiland. Het was dichtbij, dus prima te doen. De houten kano’s waren stuk voor stuk gemaakt van één hele boom en zijn het traditionele vervoersmiddel van de Guna.
Het volgende eiland was een veel meer dichtbevolkt eiland, waar een van de Kuna-gemeenschappen permanent woonde. We kregen een rondleiding, speelden met de kinderen en keken hoe ze voor ons dansten en muziek maakten. De rondleiding was niet het meest interessante van deze dag, maar was nog steeds erg leuk. Na de rondleiding was er tijd om elkaar nog wat beter te leren kennen. We zwommen nog wat en keken met Frederique en Lisette vanuit onze boot naar de opkomende sterrenhemel, tot we gingen eten. Ik had Guna Fried Chicken besteld, oftewel Guna Fried Chicken. Het was lekker, maar de witte rijst was een beetje droog. Na het eten dansten Tim, Katy (Hermione), Fred(erique), Lizz (Lisette), Tony en ik de avond in. We hadden enorme lol, gingen redelijk op tijd slapen en werden ‘s ochtends wakker in de motregen.