Terug in Bocas om uit te rusten en eiland te hoppen

Ik schrijf dit terwijl ik naast Pleun in de laatste nachtbus zit naar Panama Stad, vanwaar we zondag naar huis zullen vliegen. Het zit er echt bijna op. Nou ja, bijna, want we hebben nog wel wat verhalen te delen! Volgende stop... Bocas!
Zoals jij, als oplettende lezer, hebt opgemerkt, ben ik ook al in Bocas del Toro geweest. Ook dit voelt dus een beetje als thuiskomen. Dezelfde shuttle, maar dit keer de andere kant op, de haven van Almirante met alle Chiquita bananen en de taxiboten vanaf Bocas Town. Bocas del Toro is de plek waar ik afscheid nam van Tim, wat een big deal was, want hij was erbij vanaf het allereerste moment. Het is de plek waar ik nu, na bijna elf weken reizen, afscheid neem van de Caribische Zee, die ik de afgelopen maanden in mijn hart heb gesloten. Nog een keer heb ik de afgelopen dagen genoten van de talloze bananenbomen, fermenterende mango's, de Ya-man lifestyle en creooltalen die je denkt te verstaan, maar waarvan je geen woord echt onthoudt.
We kwamen na twee prima shuttlebussen en de meest relaxte grenscontrole die ik buiten Europa heb meegemaakt aan in Almirante, waar ik net al over vertelde. Het verhaal van Almirante draait om Johnny B. Goode. Niet het lied van Chuck Berry, maar de dealer die ons op Caribische wijze wilde voorzien van een groene snack. Waarom ook niet! We gaan bijna naar huis. Dan zullen we ons wel weer gedragen.
Omdat we even moesten wachten, stonden we buiten te praten. Hij vroeg mij om wat geld, maar omdat ik altijd heb geleerd dat je dealers niet moet vertrouwen, zei ik dat ik met hem meeliep. Hierop keek hij me raar aan en zei: 'Relax, bro! I work here!' Hij wees naar het bedrijf waar we net onze bustickets hadden gekocht om over twee dagen in Panama te komen. Maar goed, hij had een punt. Iedereen kent elkaar hier, dus ik liet Johnny, nadat we wat geld hadden gewisseld, op zijn fiets vertrekken. We bespraken het voorval met een andere lokale bewoner, die hoogstwaarschijnlijk in dezelfde business zat, en moesten een tijdje wachten. Ondertussen kwam de kapitein van onze boot, eigendom van de werkgever van Johnny, om ons te vertellen dat we moesten opschieten, de boot vertrok. Toch opgelicht, dachten we. Helaas, maar geen man overboord. Rustig aan stapten we in de boot en lieten we onze bagage aan de voorkant plaatsen. De kapitein en zijn assistent maakten de boot los, en we waren klaar om te vertrekken, toen vanuit het niets en op zijn dooie gemakje opeens Johnny B Goode aan kwam slenteren. We gaven elkaar een hand en zo liep ook dit verhaal goed af!
Na een tocht van een kleine twintig minuten kwamen Pleun en ik aan in Bocas Town, de voornaamste hub van de kleine eilandengroep, Bocas del Toro. We hadden honger, want richting het einde van de reis sla je weleens een maaltijd over uit geldnood. Het overgeslagen ontbijt werd goedgemaakt door een lekker lokaal broodje aan het water. De eerste nostalgische gevoelens kwamen alweer naar boven. Wat ga ik dit missen als we straks terug moeten reizen.
Na de lunch gingen we naar ons hostel Bambuda Lodge. Dit was niet het soort hostel waarop we hadden bezuinigd. Het was zelfs het eerste hostel in een behoorlijk aantal weken waarvoor ik meer dan twintig euro neerlegde. We werden echter beloond. Al voordat we konden inchecken, kregen we een welkomstdrankje geserveerd en mochten we onze keuze voor het avondeten doorgeven. Het hostel organiseert namelijk elke avond een gezamenlijk diner. Helaas kon onze favoriete EO-presentator vandaag niet aanschuiven, maar het concept blijft leuk. Iedereen geeft zijn of haar bestelling door, en iedereen eet tegelijkertijd, rond een uur of half acht, zodat je andere gasten kunt ontmoeten. Gelukkig hadden wij daar allebei geen zin in, en aten we uiteindelijk aan onze eigen tafel, maar dat terzijde.
Bij het inchecken werden we verrast met de beste verrassing tot nu toe, toen de baliemedewerker zei dat we een gratis upgrade kregen naar een privékamer omdat we zo'n leuk stel zijn. Misschien was het de extreem romantische vibe (niet dus!) die Pleun en ik samen uitstraalden, of misschien deed ze dit bij iedereen in het laagseizoen, maar wij waren haar in ieder geval dankbaar. De kamer was mooi en we hadden ons eigen balkon. We pakten onze spullen uit, ik bracht de was naar de balie en we probeerden meteen de glijbaan uit.
De glijbaan, waar Sophie en Noor in Puerto Viejo al over hadden verteld, zou het hoogtepunt van dit hostel zijn. Vanaf het terras bovenaan gleden we met onze gezichten naar voren op een bodyboard van een hobbelige glijbaan. Althans, niet voordat we een document hadden ondertekend waarin we alle verantwoordelijkheid op onszelf namen. Wat is het leven zonder een beetje risico? Pleun ging eerst en gilde het bijna uit. Nou ja, dat viel wel mee, maar er is niets zoals sneller gaan dan je verwacht en het parcours (vooral de listige hobbel naar beneden) niet kennen. Daarna was het mijn beurt en gleed ik voor mijn gevoel in één keer perfect van dat ding af. Dit was echter direct
de laatste keer dat het goed ging, want daarna kwam ik nooit meer volledig heelhuids beneden. Op de laatste ochtend schaafde ik zelfs mijn arm, waardoor mijn zuurverdiende kleurtje opeens beschadigd was. Als ik dat document niet had ondertekend, had het hostel een brief van mijn advocaat J. Stouthart kunnen verwachten.
We aten dus alleen, en we keken voetbal. De Oranje dames speelden tegen de Verenigde Staten, en omdat het WK in Australië en Nieuw-Zeeland werd gespeeld en vrouwenvoetbal enorm populair is in de Verenigde Staten, werd de wedstrijd op een voor ons gunstig tijdstip (20:00!) gespeeld. Gek om te bedenken dat het in Nieuw-Zeeland maar liefst 17 uur later is dan hier! We dronken een biertje en probeerden het spul van Johnny uit, waarna we uitgeteld naar bed gingen. Morgen was het zover. Reizen naar de laatste bestemming van deze reis. Terug naar Panama Stad om het kanaal te bezoeken, lekker te eten, en met een goed, maar o zo dubbel gevoel naar huis af te reizen.