← terug naar de atlas

Panama · jul 2023

Terug waar het allemaal begon in Panama Stad

Terug waar het allemaal begon in Panama Stad — Panama

Met de nachtbus vertrokken Pleun en ik vanuit het havenstadje Almirante richting Panama Stad. Niet omdat we genoeg hadden van de natuur of omdat we de McDonald’s zo enorm misten, maar omdat we vanuit hier, twee dagen later, terug zouden vliegen richting Nederland. Wat?! Terug?! Nu al?! Gaat tijd dan echt zo snel? Helaas is het antwoord dat tijd, net als ikzelf op het moment van schrijven, vliegt. Maar voor ik mijn tranen de vrije loop laat en emotioneel maar voldaan vooruit- en terugkijk op de reis, wat mij hier heeft gebracht en wat ik mee naar huis neem, heb ik nog één laatste verhaal voor jullie. Daar gaan we!

Vanaf ons hotel-achtige hostel, Bambuda Lodge, namen we de taxiboot naar Bocas Town, om vervolgens over te stappen op een iets grotere boot die ons zou terugbrengen naar Almirante, de plek waar Pleun en ik onze ontmoeting hadden met Johnny en waar ik dit keer voor de derde keer zou terugkomen. Voor we op deze boot konden stappen, gebeurde er nog wel iets opmerkelijks. Ik checkte ons in in de haven van Bocas Town en moest mijn ticket afstaan aan de vrouw achter de balie. Op een 'die is van mij' manier nam ze het papiertje van me af, waarna ze me naar de boot stuurde. Ik zag dat anderen nog wel een kaartje hadden, maar die van ons moesten we inleveren. Een vaag verhaal. Eenmaal in Almirante werden we direct naar een taxi gestuurd die min of meer door het ferrybedrijf werd geregeld. Lief, maar we hadden nog steeds geen ticket voor de bus, die om zes uur zou vertrekken, toen opeens een van de dames achter de balie waar we twee dagen geleden ons ticket hadden gekocht, kwam aanrennen met nieuwe bustickets. Onze naam stond er zelfs op. Ook had ze twee dollars in haar hand, om hiermee onze taxi te betalen. Alles werd voor ons geregeld.

Omdat we nog eventjes moesten wachten tot de bus vertrok, kochten Pleun en ik een biertje en speelden we een spelletje, dat we de komende dagen vaker zouden spelen. 'Wie ben ik?' (Of 'Wat ben ik?') werd het thema van onze laatste dagen in Centraal Amerika. Ik was Geert Wilders, Pleun was haar eigen moeder, ik was een 'pulpje' en Pleun vervolgens weer een rookmelder. Ik denk dat we dit spelletje ruim twintig keer hebben gespeeld.

Bij de bushalte ontmoetten we ook een Amerikaanse jongedame die in Bocas del Toro werkte aan haar eigen bedrijf. Ze ging nu terug naar New York, waar ze oorspronkelijk vandaan kwam. Om zes uur vertrok de bus. De rit was prima, maar slapen zat er, zoals ik inmiddels gewend was van nachtbussen, niet bij. De WC was kapot, waardoor de bus iedere twee uur stopte. De weg was hobbelig en mijn stoel zat niet geweldig. Toch reed de bus lekker door en hadden we nauwelijks verkeer, waardoor we, zoals geen enkele bus tot nu toe deze reis, te vroeg aankwamen op Albrooks, de grootste bushalte van Panama Stad.

Om kwart voor vier, zo’n negen uur en drie kwartier na vertrek, stonden we op onze bagage te wachten op onze laatste bestemming van deze reis. We bestelden een Uber en reden richting het hostel, waar ik voor de volgende nacht een dorm had geboekt. Inderdaad, voor de volgende nacht. Hoewel we hadden gerekend om vroeg aan te komen in Panama, vonden we het zonde om een hostel te boeken voor een halve nacht, hoewel we daar bij aankomst anders over dachten. Tot mijn verbazing, ging de deur al open voor we goed en wel de Uber uit waren. Een vrouw achter de balie zat klaar om ons in te checken. Ze was het wel gewend dat men na een nachtbus laat kwam aanzetten. Ze vroeg of we, vanwege het tijdstip, een privékamer wilden. Hier zeiden we geen nee tegen. We konden er zelfs al meteen in. Het beste van alles was nog, dat ze dit niet als een nacht zag, maar simpelweg als vroeg inchecken. Perfect. Zo betaalden we met z’n tweeën voor twee nachten in een prima privékamer vijfentwintig dollar.

In plaats van direct gaan slapen, namen we plaats aan het tafeltje voor onze kamer en dronken we tot zes uur ‘s ochtends de biertjes die we in de bus niet mochten drinken. Toen het licht begon te worden en de vogels hun gezang lieten horen, besloten we toch maar iets van nachtrust te pakken.

De volgende ochtend stond de wekker niet te vroeg, maar viel het eigenlijk wel mee hoe slecht we ons voelden. We liepen naar de dichtstbijzijnde McDonald’s en ontbeten met een groot voordeelmenu. Gezond is het niet, maar lekker was het wel. Overigens is dit mijn reis en is deze bijna ten einde. We besloten alleen nog maar te genieten met lekker eten en fijne drankjes.

Na ons voedzame ontbijt was het tijd om op zoek te gaan naar de eerste souvenirs. We hadden wat tijd te doden, voor we richting het Panamakanaal zouden gaan. De souvenirs in Panama Stad vielen erg tegen. Ik heb een aantal leuke kleinigheidjes kunnen vinden, maar behalve dat heb ik spijt dat ik mijn souvenirs niet in Costa Rica heb gekocht. Om de gelukkigen niet hun verrassing te ontnemen, zal ik de souvenirs nog even geheim houden. Voor mezelf kocht ik een lieve, kleine knuffel van een luiaard.

We namen een Uber richting de Miraflores Locks, het to

eristencentrum van het Panamakanaal. Het kanaal was de laatste trekpleister die ik voor deze reis nog had omcirkeld. Er is nog zo veel dat ik zou willen zien, maar je moet ergens zeggen dat het mooi is geweest.

Bij aankomst merkten we meteen de grote Pathé vibe die Miraflores uitstraalde. Het gebouw leek op een bioscoop en de blauwgekleurde letters die samen IMAX spelden, hielpen ook niet mee, om dit beeld ongedaan te maken. Een kaartje voor de Locks én bijbehorende film kostte zevenentwintig dollar voor toeristen. Locals betaalden voor de combinatie een fractie hiervan. $ 1.50,-

Ons enthousiasme zorgde ervoor dat we eerst gingen kijken bij het kanaal zelf. Ik maakte grapjes over dat het gewoon net als de Rotterdamse haven zou zijn, maar het was oprecht indrukwekkend. Meteen toen we naar buiten liepen, kwam er een enorm vrachtschip de sluis in gevaren. Met extreme precisie werd het schip van de kant af gehouden door verschillende treintjes die van een heuvel naar het lager gelegen gedeelte reden. Het schip zakte, terwijl het water uit de sluis werd gepompt en zo werken talloze mensen eraan om vrachtschepen zoals deze in ongeveer tien uur, van de ene oceaan naar de andere te loodsen. Dit proces is lucratief voor de Panamezen omdat een schip soms wel tot een miljoen dollar betaalt voor deze overtocht. Volgens de spreker, die het hele spektakel live van commentaar voorzag, scheelt dit de vervoerders van goederen echter tot op de tien miljoen dollar per keer. Deze bedragen zijn zo hoog, omdat het kanaal een omweg van ruim eenentwintig dagen voorkomt, die om het volledige Zuid-Amerikaanse continent gaat.

Het schip ging voorbij en wij gingen naar binnen. Ik kocht mijn favoriete souvenir tot nu toe, voor Maurice, die dit object op zijn naam heeft geschreven. Pleun en ik kochten popcorn en gingen in de bioscoopzaal zitten. Het was een full-size IMAX 3D zaal, die verwarrend veel deed denken aan Pathé Spui in Den Haag. We keken echter niet naar Barbie of Oppenheimer, maar naar Panama Canal: A land divided, a world united, ingesproken door niemand minder dan Morgan Freeman!

De film zelf was vermakelijk en vergelijkbaar met een Omniversum voorstelling, hoewel het 3D-effect niet veel voorstelde. De inhoud van de film was ook lichtelijk alsof we naar een grote reclame van Panama keken, maar goed we vermaakten ons, de popcorn was lekker en het leven goed.

Na de film was het opeens een stuk drukker in het bezoekerscentrum en besloten Pleun en ik terug te gaan naar Casco Viejo, het oude deel van Panama Stad. We gingen zitten bij La 10, het café wat je kunt kennen van zijn prijzen, niet absurd hoog dit keer, maar lekker laag. Alles is hier $ 1.50,-! De perfecte prijs voor een hele hoop drankjes en een goede compensatie voor ons komende avondmaal. We dronken wat en speelden ons spel als bezetenen, tot we honger kregen en een restaurant gingen uitzoeken voor ons laatste avondmaal in Panama Stad. Een big deal, dus was een juiste gelegenheid op zijn plaats.

We gingen eten bij Enkai, een Japans-Peruviaans restaurant in Casco Viejo. De combinatie tussen twee totaal unieke keukens klonk perfect voor ons laatste avondmaal. We besloten ons niet in te houden en gewoon te genieten. We begonnen met een Pisco Sour met passievrucht en keken direct naar de voorgerechten. Tuna tartare en zeewiersalade waren onze eerste keus. Als hoofdgerecht gingen we voor het door de chef uitgekozen sushimenu voor twee personen. Bekijk gerust de foto’s om te oordelen, maar het zag er fantastisch uit en was heerlijk. De combinatie van smaken was soms apart, maar werkte heel erg goed. Tijgermelk als sushi-ingrediënt is een bijzondere takeaway van dit restaurant.

Na het eten wilden we graag nog naar een rooftopbar om van het uitzicht over de stad te genieten. Het was een prachtig plaatje dat ik al eens eerder had gezien, maar ook op mijn laatste avond in Panama niet had willen missen. Helaas waren de cocktails hier wel een stuk duurder dan bij La 10. Ik zou bijna zeggen dat een hele avond bij La 10 ongeveer even duur is als een cocktail op de rooftop die wij hadden uitgekozen. Ach. Een dag later moesten we toch naar huis. We sloten de avond af en kwamen nog even bij in bed, voor we voldaan en zonder het echt te beseffen gingen slapen. Het was onze laatste nacht in het laatste hostel. Na morgen was het klaar.