← terug naar de atlas

Santa Marta · jun 2023

The Lost City: Deel 2

Woensdag 31 mei:

Op de derde dag van de Lost City Trek was het eindelijk tijd voor het hoofdgerecht: de Lost City zelf. Na een saai en gehaast ontbijt begonnen we aan onze wandeling naar de 1200 treden die we moesten beklimmen om de stad te bereiken. We liepen ongeveer een uur tot we bij de trappen aankwamen.

Het was zwaar, heel zwaar. De trappen van de Lost City beklimmen voelde als de Jedi Steps die we alleen uit de matige laatste Star Wars-trilogie kennen. Mooie trappen die je naar een nog mooier uitzicht brengen. De met mos bedekte stenen waren een voorbode van wat komen ging. Een liter zweet en al die treden later kwamen we eindelijk aan in de Ciudad Perdida.

De stad was opgedeeld in vier delen, die we stuk voor stuk bezochten. Wat nog over was van de stad, waren voornamelijk de stenen cirkels waarop huizen werden gebouwd. Het viel ons op dat men hier pas in de negende eeuw na Christus permanent ging wonen. Onze gids vertelde dit en meer weetjes tijdens praatjes in de verschillende sectoren. We liepen via een brede trap omhoog om het belangrijkste uitzichtpunt te bereiken. We namen veel foto's en kregen verse ananas en andere snacks. In Nederland heb ik een hekel aan ananas, maar deze waren zo vers en zoet dat zelfs ik er niet omheen kon. We kregen van een inheemse spirituele leider een wit armbandje met een aantal kralen die de zee, de zon en de bergen moesten representeren. Althans, we moesten deze kopen voor 2000 COP. De wandeling was prachtig en liet nogmaals zien hoe groots en wijds de Sierra Nevada is. Voor de trip naar de Lost City hadden we nog gezwommen in de Buritaca-rivier, waar het koude regenwater doorheen stroomde, terwijl we nieuwe regenwolken zagen ontstaan uit de bossen eromheen. Ook hebben we kunnen merken hoe lang het lopen is naar een stad zo ver van de bewoonde wereld.

Het voelde als een ware prestatie om na ongeveer dertig kilometer bergop en af te hebben gelopen, eindelijk aan te komen op een plek die maar weinig mensen op aarde hebben gezien sinds deze in de jaren '70 werd ontdekt.

Na een bezoek van vier uur was het tijd om de verloren stad alweer te verlaten. We begonnen aan de dertig kilometer terug naar het punt waar we drie dagen eerder waren begonnen. Na een lunch in het kamp waar we de vorige nacht hadden geslapen, kwamen we na nog eens twee uur lopen aan bij het checkpoint waar we wederom werden getrakteerd op ananas. We renden, onder leiding van Kenneth, nog een paar kilometer door tot we de rivier over moesten en Tim plots zijn enkel verzwikte. Gelukkig kon hij doorlopen tot het kamp, waar we de nacht zouden doorbrengen. Eenmaal daar bleek zijn enkel toch erg dik en kocht ik niet vier maar vijf biertjes, waaronder een om zijn enkel mee te koelen. Dit werkte, maar toch bleef het spannend of Tim wel door zou kunnen lopen op de laatste dag van onze trek. Dit waren echter zorgen voor morgen. We aten ons eten, dronken bier en genoten van onze laatste avond samen. Morgen zouden Miro en Just naar Medellín gaan, terwijl Tim en ik richting de San Blas-eilanden zouden vertrekken. We dronken wat met Jynthe, een Nederlands meisje dat de Lost City Trek met een andere groep deed. Ook op de laatste dag van onze wandeling stond de wekker om vijf uur. We gingen rond half tien naar bed voor onze laatste dag samen in de jungle van Colombia.

Donderdag 1 juni:

Zoals elke ochtend tijdens deze Lost City Trek moesten we dus om vijf uur opstaan. Vijf uur is normaal gesproken al vroeg, maar voelde deze specifieke dag nog net iets vroeger. We begonnen, zoals elke dag, aan een ochtendhike die om zes uur begon, en de kilometerteller van een oude auto is niets vergeleken met wat wij in de dagen ervoor hadden gelopen. Hier tegenover stond natuurlijk dat we elke dag rond half tien al in bed lagen, maar omdat het woensdag de laatste avond met zijn vieren was, moest dit gevierd worden. Bovenop onze vermoeidheid kwamen een aantal drankjes, die er onbewust maar venijnig toch inhakten. We waren moe en moesten, na een ontbijt waar zelfs een gevangene niet blij van zou worden, beginnen aan de langste wandeling van de week: 17 kilometer door de jungle, terug naar de bewoonde wereld.

Tim kon op deze laatste dag jammer genoeg niet meelopen vanwege zijn inmiddels volledig opgezwollen enkel. Hij betaalde noodgedwongen een kleine veertig euro om op een paard en later per motor naar de eindstreep te worden gebracht. Met zijn drieën liepen Miro, Just en ik, net zoals de voorgaande dagen, voor onze groep uit. We haalden andere groepen in, zoals die van Jynthe, een stel Fransen, Israëli's en Ieren.

Het is grappig hoe je zonder specifiek of langdurig met mensen te praten toch iedereen op een manier leert kennen. De een haal je in, terwijl de ander altijd weer opduikt. Je hebt kleine gesprekjes of drinkt een biertje aan het einde van de dag. Onze groep, waarmee we niet per se close waren, werd op de laatste dag toch nog best gezellig. Je doet het behalve met je eigen vrienden ook met je hele groep en alle anderen die de trek in dezelfde dagen lopen.

Na een lange wandeling kwamen we aan bij het eindpunt. We namen afscheid van onze gids en de rest van de groep. We stapten in de jeep die ons terug zou brengen naar Santa Marta. We waren moe, maar voldaan. Het was een ongelooflijke ervaring die ik voor geen goud had willen missen.