Vanuit Puerto Viejo naar Jaguar Rescue Center en Cahuita National Park

Puerto Viejo en Costa Rica verdienen in het algemeen een introductie. Ik denk dat het eerlijk is om te zeggen dat deze plek de reden is waarom zowel Miro als Just, Tim, Pleun en ik dit jaar op reis zijn gegaan. Miro heeft hier in 2018 een aantal weken vrijwilligerswerk gedaan in het Jaguar Rescue Center. In de afgelopen vijf jaar hebben wij allemaal die verhalen mogen horen, die ons stuk voor stuk hebben aangemoedigd om deze omgeving te ontdekken. Als Costa Rica het beloofde land is, is Puerto Viejo Nazareth. De geboorteplaats van ons avontuur.
Nadat ik Tim emotioneel had uitgezwaaid, stond ik er alleen voor. Ik had al ingecheckt voor de boot en shuttle, dus ik kon zo doorlopen naar de haven. De boottocht naar Almirante, vanwaar ik een shuttle zou nemen naar de grens, was prima maar voelde nog wat onwennig. Dit gevoel heeft even geduurd. Ik was dan ook blij om in de shuttle te praten met Octavia, een posh meisje uit het zuiden van Londen. Alleen reizen is natuurlijk ook niet echt alleen. Er zijn altijd anderen die ook 'alleen' dezelfde kant op gaan, is mij van tevoren verzekerd. In dit geval klopte dat. Octavia ging echter bijna naar huis, maar zou nog een avond in Puerto Viejo verblijven voordat ze via San Jose naar huis zou vertrekken.
We gingen moeiteloos de grens over en praatten verder. Omdat ze ook alleen was en nog wel zin had om haar laatste avond iets leuks te gaan doen, besloten we die avond naar een bar te gaan in Puerto Viejo. Even over die grenscontrole. Dat was de grootste grap ooit. Zowel bij het verlaten van Panama als het binnengaan van Costa Rica werd mijn paspoort al gestempeld voordat ik een vraag kon beantwoorden. Er waren geen beveiligingsbeambten om mijn bagage te controleren, en zelfs de drugshonden zaten keurig in hun kooi.
Eenmaal in Costa Rica voelde het alsof ik er opeens was. Het zijn de verhalen die deze plek als eindbestemming laten voelen. Toch is het altijd anders dan je je voorstelt. Dat is zowel mooi als jammer, en tegelijkertijd ook wat vreemd. Je blijft er altijd weer intrappen. Na een mooie busrit langs enkele van de vele Chiquita-plantages, zette de bus mij af bij La Ruka. Het was een rustig hostel, zoals ik de laatste weken gewend was. Het laagseizoen was begonnen, en je moest goed zoeken naar mensen in je slaapzaal.
Ik nam een half uurtje om tot rust te komen, maakte een praatje met de Argentijnse medewerker aan de receptie en huurde als trotse Nederlander een fiets. Omdat ze in Costa Rica met colones betalen, moest ik pinnen en dacht ik dat dit het perfecte moment was om voor het eerst deze reis zelf te koken.
In de supermarkt ontdekte ik hoe ongelooflijk duur ALLES in Costa Rica is. De prijzen liggen helaas hoger dan in Nederland, dus begon ik aan een plan de campagne. Ik haalde pasta, een pot tomatensaus, wat worstjes, een zak chips en een sixpack van het goedkoopste bier. Vijfentwintig dollar later had ik een maaltijd die ik in het hostel begon op te warmen. Samen met twee Duitse hostelgenoten stond ik in de keuken. Weer een gesprekje. Gelukkig! Het maken van contact gaat me goed af.
Die avond zat ik met Octavia bij Tamara, een barretje met uitzicht op de straat, en Hot Rocks, een veramerikaniseerde eetgelegenheid met oktoberfest-vibes. Hier was genoeg te zien, want in anderhalf uur tijd zagen we een coverband, een salsa-avond, een lokale band en een vuurshow met acrobaten. We hadden het over hoe haar vader een Fulham-fan was, haar studie in Canada, de huizenprijzen in Londen en reizen in je eentje. Het was een leuke avond, maar ook zeker zo'n typische avond waarvan je weet dat je elkaar waarschijnlijk niet meer gaat zien. Rond een uur of tien gingen we naar onze hostels, en niet veel later lag ik in mijn bed. Het uurtje tijdsverschil, vroege opstaan en een drukke vrijdag hadden hun tol geëist.
De volgende ochtend was het mijn plan om naar Miro's tweede thuis te gaan. Ik kende na al die tijd meer namen van apen die Miro daar had verzorgd dan van mensen die ik tot nu toe op mijn reis had ontmoet, dus ik was heel benieuwd hoe het leven in het Jaguar Rescue Center eruit zou zien.
De tour was prijzig maar mooi. Johnny, een Amerikaan die zoals het hoort lekker overdreven acteerde, nam ons voor 27 dollar mee door het gastenverblijf van het JRC. Het was een tour van ongeveer anderhalf uur, maar het duurde iets langer. We moesten goed omhoog kijken, want er kon altijd een dier boven je zitten, en ook over de verblijven die bij het park hoorden, was Johnny enthousiast. Afgezien van een ingestudeerde grap was het verder een leuke tour. Als je het probeert bij Amerikanen en niet te veel in hun flauwe grapjes trapt, kun je best een leuk gesprek met ze hebben. Dit probeerde ik. Ik vertelde over Miro, en dat vond hij wel leuk. Tegelijkertijd zag hij dit als een kans om mij tijdens de tour zes keer aan te sporen om ook hier vrijwilligerswerk te komen doen. Net zoals Miro en ik tegenwoordig geen meisjes meer delen (of om meisjes strijden), laat ik ook deze ervaring bij hem! Dit is zijn plekje, en ik was blij dat ik even mocht kijken.
De opzet van het centrum is nobel. Ieder wild dier dat in Costa Rica gewond, verstoten of gevonden is, krijgt hier de kans om te revalideren. De dieren worden gevonden door toeristen, locals en politie. Revalideren lukt echter niet altijd. Sommige dieren komen te veel in contact met mensen en worden afhankelijk van hen. In deze gevallen gaan ze naar de publieke verblijven, waar de medewerkers van het JRC ze proberen een zo goed mogelijk leven te geven. Tijdens de tour zag ik apen, krokodillen, herten, ara's, luiaards, vogels en Margay's.
Na de tour ging ik terug naar Puerto Viejo om een simkaart te kopen voor mijn telefoon. Ik ging er namelijk vanuit wel even in Costa Rica te blijven. Hier kwam echter snel verandering in, maar daarover later meer!
Eenmaal terug bij het hostel at ik mijn restje pasta, hielp de Argentijnse medewerker achter de balie me met mijn Claro simkaart en wachtte ik op Frederique, die die middag naar Puerto Viejo zou komen. Toen ze er was en we een eerste biertje hadden gedronken, gingen we naar een strandje om de rest van onze dag op een ontspannen manier door te brengen. We hadden goede gesprekken. Het was tenslotte Vaderdag. Ook de vader van Fre overleed een aantal jaar geleden plotseling, na een herseninfarct. Die van mij na een aneurysma. We hadden beide vrijwel geen erfenis om redenen die niet eerlijk zouden zijn om hier te delen. Genoeg parallellen te bedenken. Het waren fijne en luchtige gesprekken. 's Avonds waren we weer snel moe. We haalden een Pokebowl die (in tegenstelling tot de maaltijd in Medellín) niet op de grond viel. Hij was heerlijk. We lagen vroeg in bed en deden nog wat onderzoek naar een natuurpark voor de volgende ochtend.
We besloten naar Cahuita te gaan en vertrokken vroeg! De bus ging elk uur, dus namen we ruim de tijd, zodat we de bus niet zouden missen. We hadden moeite om de halte te vinden, dus dit gebeurde bijna alsnog. Uiteindelijk haalden we de bus, en na een half uur kwamen we aan in Cahuita, een klein kustplaatsje tussen Puerto Viejo en Limón.
Van daaruit liepen we het ongeveer zeven kilometer lange pad van de ene ingang naar de andere. We kozen ervoor om geen gids te nemen, ondanks dat ik had gelezen dat het relatief goedkoop was om er een te krijgen bij de ingang. Nadat ik nog even terug moest lopen om een papieren zakje te halen omdat mijn zak chips niet mee naar binnen mocht vanwege het plastic, liepen we het park in. Gratis!
Al vrij snel, na ongeveer tien minuten, zagen we een neusbeer, of coati, de weg oversteken. Het dier was niet schuw en bleef rustig langs de kant van het pad. Na een tijdje klom het in een boom om zichzelf nog beter aan ons te laten zien. Onderweg naar Punta Cahuita zagen we ook meerdere wasberen, mooie spinnen, vogels en een verstoten kapucijnaapje. Deze had een hoop schrammen op zijn vacht en neus en leek ook bang voor ons. De omgeving was prachtig en veranderde voortdurend. We zwommen wat in de golven die wild tegen de branding op sloegen en vervolgden onze weg richting het laatste stuk van de wandeling. Het was een prachtig gezicht hoe we op een loopbrug van bijna drie kilometer door de jungle liepen. We hoorden brulapen, vogels en genoten van het uitzicht op de jungle.
We liepen naar de bushalte aan de snelweg en moesten een kleine twintig minuten wachten voordat de bus ons ophaalde en ons voor 1100 colones terugbracht naar Puerto Viejo. We waren uitgeteld en dronken een colaatje, terwijl ik voor het eerst in ruim een maand gitaar speelde. Ik denk dat ik wel een uur heb gevuld met mijn eigen liedjes en leuke covers, voordat we ons herinnerden dat we misschien moesten gaan eten.
We gingen naar een Jamaicaans vegan restaurantje aan zee en ontdekten dat de eigenaar, een Jamaicaan van geboorte zoals er hier meer zijn, in Leiden, Venlo en Haarlem had gewoond voordat hij een straatmuzikant werd en de wereld rondreisde, voordat hij hier een restaurant opende. Ik bestelde pulled jackfruit met zoete aardappelfriet, en Frederique nam de Chili sin Carne. Het was allebei heerlijk. We dronken een zoete kokosnoot leeg om de Noord-Caribische ervaring compleet te maken. We speelden een potje schaak, maar Frederique was niet helemaal op de hoogte van de regels, dus stond ik, toen het eten kwam, een flink aantal stukken voor.
De grootste puzzel van deze avond was niet het schaakspel of het bepalen van wat we gingen eten, hoewel dat ook lastig was. We bevonden ons allebei op een kruispunt in onze reis. Hoewel ik deze week op de helft van mijn reis zit en moest beslissen welke richting ik op wilde, moest Frederique een soortgelijke keuze maken, ondanks dat ze langer onderweg was.